Klaagliederen

Programma

Als ik maar wist waar mijn graf lag,Marc Michael De Smet, tekst: Jan Arends 

    Annemie Clarysse, Ann De Prest, Natalie Goossens      

Warum ist das Licht gegeben dem Mühseligen (1), Johannes Brahms, tekst: boek Job

    koor a cappella                                                                    

Egidius waar bestu bleven, tekst: anoniem

    Rudy Tambuyser

Klacht van Szekely (volksliedtekst), Zoltan Kodaly, tekst: Weöres Sandor Ouderen

    koor a cappella

Het is tijd voor mij, Tadeuz Rozewicz

   Lieve Jansen, Koen Meynckens

Waar bleeft ge gisteravond, Volkslied

   Lieve Jansen, Koen meynckens

Lasciate mi morire, Claudio Monteverdi, tekst: Ottavio Rinuccin

   Emilie De Voght, Mieke De Blieck, Nele Minten, Koen Laukens, Patrick Van Reckem

Nenia, Lars Edlund

    koor a cappella,  Belgische creatie

Als ik maar een moeder had, Marc Michael De Smet, tekst: Heinz Kahlau

    Annemie Clarysse, An De Prest, Natalie Goossens

Warum ist das Licht gegeben dem Mühseligen (2), Johannes Brahms

   koor a cappella

Lamentatio Jeremiae prophetae, Peter van Tour, tekst: uit het eerste klaaglied  van Jeremia

   koor a cappella, Belgische creatie

Het verloren paradijs, Josquin Des Prez, tekst:Stefaan Van den Bremt

   Sabrina Deschacht, Tin Siegers,  Rudy Tambuyser, Bart Meynckens

De kranteneter,  Jan Arends

  Lieve Jansen

In de winter, Karel Goeyvaerts, tekst: Jan Arends

No more auction block, Anoniem

   Peter Ratinckx

We shall overcome

   koor

Gebet, Hermann Große-Schware, tekst: Else Lasker-Schüler

   koor a cappella, Belgische creatie                                                

Lamento, Günter Bialas

   koor a cappella Belgische creatie

Sur la place, Jacques Brel

   Hannelore Muyllaert

De profondis  - Psaume 129, Vincent Paulet, tekst: psalm 129

koor a cappella, Belgische creatie

Warum ist das Licht gegeben dem Mühseligen  (3), Johannes Brahms

Zoltan Kodaly (1882-1967)

Niemand ontkent dat Bela Bartók de belangrijkste Hongaarse componist was van de eerste helft van de 20ste eeuw.  Laat ons dan Zoltan Kodaly een goede tweede noemen. Bartók was het genie en Kodaly de pedagoog. Het waren vrienden die samen het platteland afstruinden en bij de boeren en oude mensen volksliederen en dansen optekenden en opnamen.

Kodaly heeft zijn hele leven in dienst gesteld van de muzikale opvoeding, zowel in strikt pedagogische zin met zijn beroemde 'Kodaly methode' als in bredere zin als organisator van het Hongaarse concertleven. Volksmuziek speelde daarbij een grote rol.  Kodaly zal vooral bekend blijven door zijn koormuziek, die voortdurend gebruikt maakt van volksliedmateriaal. Als Hongarije nu zo'n hoogstaande koorcultuur kent, heeft Kodaly daar de basis voor gelegd.

Lars Edlund (°1922)

In de jaren '50,' 60 van vorige eeuw werd de Westerse muziek opgeschrikt door radicale, compositorische vernieuwingen. Enkel professionele orkesten, ensembles en koren waren in staat te spelen en te zingen wat de extremisten bedacht hadden. Het brede, niet-professionele muziekleven bleef in de kou staan, had er zelfs geen weet van en gedijde verder in een zeer gezapig, voorzichtig modernisme. Daar kwam verandering in, toen o.a. in Scandinavië een stroming ontstond die tegelijk het wijdvertakte koorleven in die landen op een kwalitatief hoger niveau wou tillen, als de verworvenheden van die taalvernieuwers uit die vijftiger en zestiger jaren in de nieuw geschreven koormuziek wilde integreren.  Beide doelstellingen werden glansrijk bereikt.  Goede, progressieve componisten wisten van binnen uit wat een koor was, kon en wilde. Ambitieuze koren wilden er prat op gaan die vernieuwingszucht mede mogelijk te maken.  Beide partijen vonden elkaar.

De Noor Lars Edlund is één van die zeer velen die aan de wieg stonden  van deze stroming. (Werken als "Om Gehörsträning" (over oor training) , "Modus Novus" (Studies in het lezen van atonale melodieën) en "Modus Vetus" (Studies in groot/klein toonaarden) illustreren duidelijk de pedagogische ingesteldheid.)

Daarom is er nu zoveel fantastische, nieuwe Scandinavische koormuziek.

NENIA - wat treurzang betekent - verwijst letterlijk naar het overbekende madrigaal "Lasciate mi morire" van Claudio Monteverdi. Edlunds stuk is gebaseerd op de eerste drie woorden ervan en gebruikt Monteverdi's muziek als bouwmateriaal voor zijn hele werk.

Peter van Tour (*1966)

Peter van Tour studeerde koordirectie en schoolmuziek in Tilburg en vervolgens muziekwetenschap aan de Rijksuniversiteit te Utrecht. Sinds 1990 woont en werkt Peter op het eiland Gotland, een zweeds eiland in de Oostzee waar hij de Gotlandse componistenschool oprichtte met onder andere Prof. Sven-David Sandström. In zijn muziek is de synthese tussen oude en moderne muziek belangrijk. Behalve neo-expressionistische invloeden is de muziek van Stravinsky een belangrijke bron van inspiratie. Als muziektheoreticus en koordirigent geeft hij regelmatig lezingen over geimproviseerd vocaal contrapunt in verschillende landen. Naast zijn werk als muziekleraar aan een middelbare school werkt Peter ook als opnameproducent van

klassieke muziek voor de Zweedse Radio in Stockholm.

Karel Goeyvaerts (1923-1993)

De naamgever aan ons ensemble hoeven we u echt niet meer voor te stellen. Wel misschien zijn solo zangen die hij in 1985 voor een Nederlandse choreografe schreef die er een zang- en dansvoorstelling mee maakte onder de titel DUNNE BOMEN. Deze titel was ontleend aan een versregel van de Nederlandse dichter Jan Arends (1925-74 )  - "Ik schrijf gedichten als dunne bomen…" wiens poëzie de inspiratiebron was voor deze muziektheaterproductie. In KLAAGLIEDEREN brengen wij de laatste zang uit DUNNE BOMEN. De woorden zijn ontleend aan Jan Arends.  Goeyvaerts heeft slechts losse zinnetjes geplukt uit diverse gedichten, maar de keuze heeft een sterke, suggestieve kracht. En wat zijn muziek er dan van maakt gaat ver voorbij aan het klagen. Hier wordt enkel nog gestameld, wanhopig geschreeuwd en veel gezwegen.

Hermann Große-Schware (°1931)

Hermann Große-Schware begon als autodidact te componeren en ging pas later compositielessen nemen. Aan het Keulse conservatorium studeerde hij zowel in de klassieke- als in de jazzafdeling. Zijn hele carrière staat in het teken van de amateur-muziek. Hij was actief in de Duitse tegenhanger van wat wij kennen als 'Musicerende Jeugd". Daarvoor schreef hij veel ensemble- en koormuziek. Hij woont in Mönchengladbach. GEBET won in 1991 de eerste prijs in de compositiewedstrijd van MUSICA MUNDI, een internationale organisatie die de toenadering van de volkeren beoogt door ze samen te brengen om te musiceren. De prachtige tekst is van de expressionistische dichteres Else Lasker-Schüler. De componist voelde zich zeer geïnspireerd

Gunter Bialas (°1907-95)

Sedert het Goeyvaerts Consort "Im Anfang" op zijn repertoire heeft (een groots zesstemmig fresco voor koor, 3 soli en orgel), is het een vurige fan van deze Duitse componist.  Het LAMENTO in deze Klaagliederen geeft opnieuw een staaltje van zijn grote kunnen, en zijn  volmaakte inzicht in vocale mogelijkheden.

Waar zijn scheppingsoratorium de strenge lijnen en architecturen van de grote, traditionele koormuziek met moderne samenklanken wou verbinden, biedt dit korte "Lamento" een schitterend voorbeeld van een vrije, losse schriftuur die een meester in zijn latere werk wel vaker demonstreert. "Lamento" oogt als een vlugge, vlotte schets.  Het combineert Italiaans en Latijn (dezelfde combinatie is te vinden bij de 15de eeuwse meester Josquin des Prez) en speelt geraffineerd met grote, expressieve melodische sprongen en soepele ritmes die de getergde en gekwelde 'ik' uit de tekst in de mond worden gelegd.

Vincent Paulet (°1962)

In Frankrijk is er meer dan Messiaen, Xenakis en Boulez. Veel meer. Dat anderen te veel in de schaduw blijven, heeft alles te maken met de centrale rol van Parijs en met de selectieve promotie door de media en de platenwereld.

Op een rijtje enkele namen van Franse auteurs van heel goede koormuziek, in willekeurige volgorde: Philippe Hersant (°1948), Thierry Machuel (°1962), Alain Labarousque (°1956), Patrick Burgan (°1960), Philippe Schoeller (°1957), Nicolas Bacri (°1961), Vincent Paulet (°1962). Zo dichtbij en zo onbekend. Goede Franse kamerkoren als Mikrokosmos, Les Eléments en Accentus promoten hun werk in eigen land.  Aan het Goeyvaerts Consort om hun werk ook hier te laten horen.  Dat van Vincent Paulet, bijvoorbeeld.  Paulet is organist en zit vanzelf  veel in de sacrale muziek.

Zijn DE PROFUNDIS is de zoveelste verklanking van de beroemde klaagpsalm 129 (of 130). De zoveelste, maar eentje die indruk maakt, die duidelijk en direct haar eigen toon heeft, die haarfijn gestructureerd is en toch de indruk wekt alsof elke zin spontaan opwelt, als het ware uit een zeer geslaagde vocale improvisatie. Paulet voedt zich aan de bron van alle christelijke muziek, het gregoriaans, om die soepele, vocale deiningen te bekomen die eeuwenoude psalmodiëringen eigen zijn. Paulet maakt er zich echter niet van af met goedkope citaten. Hij verwijst naar zijn bron niet naar de letter, maar naar de geest. Een veel moeilijkere, maar zinvollere uitdaging.

uitvoering: Zondag 19 februari 2006, Parnassus, Gent

   
© ALLROUNDER