Known but to God

Het thema is oorlog en hoe eigentijdse componisten aan deze gruwel een stem geven.  We brachten niet minder dan drie Belgische creaties.  De 35-jarige Engelse componist David Horne koos een prachtige tekst van Walt Whitman, waarin de aarde gesmeekt wordt alle doden genadig in zich op te nemen en er nieuw leven van te maken.  Zijn landgenoot David Sawer (°1961) greep terug naar de expressionistische Duitse dichter August Stramm, die, net als zijn generatiegenoten in Duitsland en Paul van Ostayen bij ons, de taal liet exploderen wanneer de gruwelen van wereldoorlog één moesten weergegeven worden. (Denken we maar aan "Bezette Stad").  Sawer op zijn beurt laat een koor exploderen in krijsende klankmassa's en reutelende stemeffecten.

De (Oost) Duitse componist Helge Jung (°1943) zet het verre verleden - in de figuur van de Latijnse dichter Tibullus (± 50 voor Christus) -  en het heden - in de persoon van de Italiaanse, 20ste eeuwse dichter Quasimodo -tegenover elkaar, om te constateren dat het nieuwe geweld ook maar niets heeft geleerd van het oude.

Naast deze drie Belgische creaties brachten we 'ouder' werk van Francis Poulenc en Dimitry Sjostakovitsj.

Op drie dagen rond kerstmis 1944 schreef Poulenc "Un soir de neige" waarin de grauwe, kille beschrijvingen van weer een hongerwinter, uit de pen van Paul Eluard, een prangende, vocale uitdrukking krijgen.

"Zwijgende wapens" van Sjostakovitsj haalden we uit de cyclus van Tien Koren van Revolutionaire Dichters uit de 19de eeuw.  Een - naar eigen zeggen- plichtwerk om het regime te paaien. Gelukkig is daar niets van te merken.

Onze regelmatige concertbezoeker heeft al gemerkt dat teksten voor ons belangrijk zijn.  We zullen nooit alleen kijken of de muziek mooi is. Als twee stukken even mooi zijn, zullen we voor de betere, interessantere, belangrijkere tekst gaan. Wat dat betreft zit het met KNOWN BUT TO GOD wel goed: Paul Eluard, Herman de Coninck, Tibullus, Salvatore Quasimodo en Walt Whitman waren grote schrijvers en belangrijke getuigen van hun tijd.

In KNOWN BUT TO GOD kwam verder ook volksmuziek aan bod. Ontroerende anonieme stemmen uit het volk die sentimenteel de oorlog bezingen.

Het meest gruwelijke was een liedje van Louis Andriessen, op tekst van een 12-jarig Koreaans dichtertje-in-spe.  Dat willen we niet beschrijven, alleen laten hore

U weet dat wij een missie hebben en telkens een vorm kiezen om deze missie zo intens mogelijk over te brengen.


programma:

L'homme armé                                                    anoniem - middeleeuwen

Un soir de neige (1944)                                     Francis Poulenc (1899-1963)

Thanh Hoa (1972)                                                Louis Andriessen (°1939)

O bianca luna                                                        anoniem

La mia bela la mia aspeta                                  anoniem

Als alle rivieren van inkt waren (2000)              Marc Michael De Smet (°1948), tekst: Herman De Coninck

De wapens zwijgen (1950)                                   Dim. Sjostakovitsj (1906-75), tekst V. Tasarov

Stramm Gedichte (2002)                                      David Sawer (°1961), tekst: August Stramm

Tibulli Eligia Pacis (1982)                                   Helge Jung (°1945), tekst: Albius Tibullus

Over de oorlog zing ik een lied                             anoniem, hertaling:  Wannes Van de Velde


Pensive (1998)                                                     David Horne (°1970), tekst: Walt Whitman




concept: Marc Michael De Smet

uitwerking: Koen Laukens

geluidsbandmontage: Marc en Tim Van den Broeck


Over de stukken:


Francis Poulenc heeft zijn stijl niet aangepast aan het onderwerp.  De gedichten van Paul Eluard beschrijven de laatste oorlogswinter van de tweede wereldoorlog met scherpe soberheid. Poulenc heeft daar ingetogen muziek bij gemaakt in de elegante, melodische stijl die we van hem gewoon zijn.  Wat op het eerste zicht charmant lijkt, is bij nader toezien erg geraffineerd en persoonlijk.  De kilte, de eenzaamheid, de ontbering en de zinloze vernieling, bezingt Poulenc met trieste gelatenheid, met een smartvolle glimlach, wars van pose of theatraal gebaar.  

Louis Andriessen over zijn lied Thanh Hoa:

"Thanh Hoa is een fragment van het verslag van de twaalfjarige Nguyen Thai Mao van een bombardement op haar dorp op 9 februari 1969.  Het staat in Bertrand Russells boek "Oorlogsmisdaden in Vietnam".  Pas nu (=1999) durf ik het openbaar maken."

Het lied is geschreven voor stem en piano in 1972.

Dimitry Sjostakovitsj moest, zoals al zijn kunstbroeders, op tijd en stond muziek schrijven die het regime welgevallig was: voor film, theater, officiële vieringen e.d.. Zijn "Tien koren op teksten van revolutionaire dichters uit de 19de eeuw" valt in die categorie.  We weten niet of hij achter dit werk stond. Zeker is dat hij dat soort muziek in een handomdraai op papier zette.  Maar dat was met zijn symfonieën en kwartetten ook zo.  Uit verplichting of vrije wil, Sjostakovitsj kon zijn talent niet verstoppen.   Niemand  kan ontkennen dat Zwijgende Wapens een ontroerend en trefzeker geschreven stukje muziek is.

David Sawer is vijfenveertig en bij ons helemaal onbekend.  Wij kennen van hem drie koorwerken, waarvan "Songs of Love and War" eveneens over de oorlog gaat.  Eerst waren wij zinnens dit stuk te brengen, maar de meerkost voor de twee harpspelers en twee slagwerkers weerhield ons. Het derde stuk is geschreven op gedichten van de beroemde abstracte schilder Kandinsky.  Beide stukken, zowel als de Stramm Gedichte van vanavond zijn ambitieuze stukken. Een amateurkoor kan ze niet zingen. Sawer gebruikt alle moderne compositietechnieken, maar gebruikt ze in functie van zijn tekst.  De experimentele gedichten van August Stramm ontwrichten de regels van de taal, in een poging de immense ontregeling van de wereld op te roepen die veroorzaakt werd door de eerste wereldoorlog, die in geweld en omvang alle vorige oorlogen overtrof.  David Sawer probeert dat taalgeweld in klank om te zetten. Gruwel, ontzetting, verlammende angst, stank en koude. Hier geen ingehouden soberheid als bij Poulenc, maar klankerupties vol contrasten.  Sawer is echter alles behalve uit op het holle effect. Wat hij neerschrijft, is tot in kleinigheden verantwoord, samenhangend en overdacht. Een kenmerk van groot meesterschap. 

Helge Jung behoort tot die tragische categorie van componisten die sedert de vereniging van de twee Duitslanden in een klap hun ideologische, sociologische en publicitaire structuur en doelgroep zagen ineenstorten.  Voor het oude regime, dat hen evenzeer strafte als beloonde, kwam een Westerse vrije markt in de plaats waar eenvoudigweg geen plaats is voor die hele DDR-erfenis.  Helge Jung leefde en werkte als katholiek kunstenaar in een communistische maatschappij, die naar buiten toe wat graag haar verdraagzaamheid benadrukte door een katholiek toondichter te tolereren.  Jung heeft zijn artistieke bijdrage aan deze maatschappij overigens geleverd.  Nu moet hij zich opnieuw een plaats knokken in de o zo vrije, gecommercialiseerde kunstwereld.

Een stuk als de Tibulli Elegia Pacis is een van die diepe, ernstige, sociaal geëngageerde stukken die in de DDR wel degelijk gemaakt werden. Het procédé is Brechtiaans: de huidige maatschappij aanklagen door een blik in het verre verleden te werpen.  Hij kiest Tibullus, die 50 jaar voor Christus al de gruwelen en zinloosheid van oorlog voeren aanklaagt, om aan te sluiten bij de 20ste eeuwse dichter Quasimodo, die helaas constateert dat de mens uit zijn verleden geen lessen heeft getrokken.  Jung kiest niet voor niets de gelovige dichter Quasimodo.  In het gekozen gedicht hekelt de schrijver de moderne mens, die alle waarden verloren heeft en 'zonder Christus' leeft.

Helge Jungs muziek beeldt de tekst nauwgezet uit: ze  scandeert bij felle klacht, ze schrijnt bij schaamte en verdriet, ze wordt wrang en duister als ze de absurde zinloze dood weergeeft.  Hij maakt het de luisteraar niet makkelijk, maar dat zou bij zo'n onderwerp ook niet kunnen. Jungs stijl is rijk en genuanceerd.  Zijn beheersing van het metier is onloochenbaar, evenals zijn kennis van de traditie, van waaruit hij welbewust schrijft.

David Horne behoort samen met James MacMillan  tot een generatie jonge, talentrijke Schotse componisten die vanaf de jaren '90 internationaal doorbrak.  De manier waarop hij de smekende tekst van de Amerikaanse dichter Walt Whitman (1819-92) op muziek zet, legt hij zelf uit in een notitie bij de partituur.

"Bij het schrijven van Pensive heb ik een setting proberen te creëren waarbij het gedicht van Whitman zo helder als mogelijk kon gecommuniceerd worden. De woorden zelf zijn zo emotioneel geladen dat ik als contrast koos voor een afstandelijke, onthechte rol voor het koor.  Alhoewel het toevoegen van een mezzosopraan -solo de muziek een dwingender impact geeft, blijft het de bedoeling dat het meer gaat over een nobele commentaar dan over een doorwrochte klacht. Op dezelfde manier moet het orgel (of het strijkorkest in een andere versie) als begeleiding dienen, zonder nieuw muzikaal materiaal aan te brengen. Het moet het koor en de soliste omgeven met een warme mantel van klank."

Uitvoering:

Zondag 22 januari 2006,  Parnassus, Gent

   
© ALLROUNDER