Het Goeyvaerts Consort in Estland 22-28 juli 2002

Talinn en Pärnu - 'Mon doux pilote s' endort aussi' van Karel Goeyvaerts

Estland is een land van zeer goede koren. De uitdaging was begrepen. In het buitenland eigen muziek zingen is sowieso dubbel. Er is een dubbele zorg: de indruk die je als groep achterlaat en de indruk die de meegebrachte muziek maakt. Dat Karel Goeyvaerts' 'Mon doux pilote s'endort aussi' een meesterwerk is, werd weer eens door buitenlandse, Estlandse oren bevestigd.  Dergelijke reacties hadden we ook al in Duitsland mogen ervaren.  Dan doet het deugd ambassadeur te zijn voor eigen land.  Met weinig andere stukken stel je je zo kwetsbaar op als met dit, zeker zoals wij het brengen. Maar als het lukt, werkt het betoverend. Dan blijft de zaal muisstil en staat de tijd stil. Mensen komen je achteraf feliciteren of bedanken met ingehouden intensiteit, delicaat, met een speciale blik in de ogen. Een klein mysterie is geschied, een bijzonder contact tussen uitvoerders en toehoorders. Dat komt bij hedendaagse muziek anders zelden voor.

Waarom is 'Mon doux pilote s'endort aussi' toch zo goed? Het blijft ongrijpbaar, mooi en poëtisch, de harmonieën zijn uitgelezen, de timing fascinerend, de Franse zinsneden boordevol illusie en suggestie, de vocale prestatie adembenemend (letterlijk), de interne conversatie warm en intiem, de soli verrassend, de latente spanning soms te snijden, de onvoorspelbaarheid subliem, het surreële verrukkelijk, het nieuwe zelden geëvenaard. De combinatie van een aantal factoren - de repetitieve stijl, de meesterlijke akkoorden, de geheimzinnige tekst, de fysiekvoelbare vocale aanwezigheid - levert een ongemeen krachtige cocktail op met bedwelmende, muzikale uitwerking.  Men was er even niet, men vertoefde in verre, vreemde sferen.  Als muziek zoiets teweegbrengt, is men gelukkig.

Värska - 'Music of the forgotten peoples' van veljo Tormis

Het Goeyvaerts consort in Värska samen met de Setu-vrouwen'Music of the forgotten peoples' van veljo Tormis zingen in Värska was ook al zo'n intense belevenis.  Värska is de 'hoofdstad' van de Setuprovincie (zuidoosten van Estland), waar nog een geheel eigen dialect gesproken wordt en waar Kuldatsäuk vandaan komt, de vocale vrouwengroep die de eigen traditionele volksmuziek levend houdt en waarmee het Goeyvaerts Consort vier concerten gaf in Vlaanderen (oktober 2001).  (In Estland is vocale volksmuziek voor vrouwen en instrumentale voor mannen). 'Hoofdstad' klinkt te gewichtig.  Estland heeft al zo weinig inwoners en het platteland van het Setugebied al helemaal.  Ons concert had plaats in het Setumuseum zelf, op een openluchtpodium.  (Enkel de duur van het concert regende het niet).  Dat museum is een soort Bokrijk: oude hoeves, werktuigen, kleding…  Alleen: geen cafetaria's, geen uitpuilende prentbriefkaartstalletjes, geen weldoorvoede nostalgie.  Estland is arm en de Setuprovincie zeker. (Gebrekkige wegen vragen veel verplaatsingstijd)  Steun vanuit de hoofdstad Tallinn voor dit concert was verre van evident.  Kuldatsäuk heeft hemel en aarde verzet om het Goeyvaerts Consort bij hun te krijgen.  Dat was voelbaar.  Daarom was dat concert, in dat 'boeregat' zo onvergetelijk.  En dan zwijgen we over de gratis leerschool die we kregen, hoe één die vrouwen stuk voor stuk zijn met hun zang, hoe eeuwenoude geschiedenis, zonder ophef, levend werd, nee levend is, hoe hun bescheiden ensceneringen groots theater opleveren.  En er was niet enkel dat concert.  Er was ook de feestdis achteraf (met honderden muggen), alles zelf bereid uiteraard, tot de zeer krachtige eau de vie toe, met vooral de geïmproviseerde, gezongen verzen waarmee Kuldatsäuk het Goeyvaerts Consort dankte voor zijn bezoek en concert.

Viljandi - jaarlijks volksmuziekfestival

Het Goeyvaertsconsort op het volksmuziekfestival in ViljandiDatzelfde programma deden wij 's anderendaags over in Viljandi, op het reusachtige jaarlijkse volksmuziekfestival aldaar, in een prachtige protestantse kerk waar mensen moesten geweigerd worden, waarbij Veljo Tormis zelf aanwezig was en de componist de middag van het concert met ons nog intensief de muziek doornam.  Tormis is nationaal bijzonder populair.  Een Estlandse dirigente vertelde ons dat werkelijk elk koor in haar land Tormis zingt.  Arvo Pärts muziek dan weer veel minder, daar heb je al gauw een van de betere koren voor nodig.  (Misschien is het een grote frustratie voor Tormis dat hij internationaal ver op zijn landgenoot achterblijft.)  Het Goeyvaerts Consort is het eerste Westerse koor dat de integrale Music of the forgotten peoples op zijn programma heeft staan.
Wie Tormis zegt, zegt volksmuziek.  Hij verklaart ook zelf dat de muziek van Bartok en meer nog van Kodaly van wezenlijke invloed geweest is op de weg die hij insloeg.  Zijn muziek verdient een veel ruimere bekendheid (De roem die Pärt en Tormis nu al hebben, danken zij trouwens aan de bekende Estlandse koordirigent Tonus Kaljuste die met het Filharmonisch Koor van Estland kwalitatief  hoogstaande Cd's opnam van hun werk op -belangrijk! - Westerse platenlabels).  De frisse, vitale bewerkingen die Tormis van de Estlandse volksliederen (maar ook van andere culturen) maakte, zijn zeer prettig om te zingen en aanstekelijk om te beluisteren.  Het voornaamste obstakel bij de verspreiding is, uiteraard, de taal.  Het vergt inzet om al die radde, vreemde Estlandse lettergrepen en klanken gebekt te krijgen.


De Setu-vrouwen danken het GoeyvaertsconsortIs onze Vlaams - Estlandse samenwerking met Kuldatsäuk hiermee afgelopen? Hopelijk  niet.  Dit gezamenlijk programma verdient herhaling.  Op grotere schaal zelfs.  Precies omwille van die gezamenlijkheid, die complementariteit, die contrasten.  De authenticiteit en het specifieke stemgeluid van de Setuvrouwen naast de rijke arrangementen en de gediversifieerde koorklank van het Goeyvaerts Consort  Waar eeuwen elkaar ontmoeten.  Music of the forgotten peoples verdient een podium op Dranouter, de Gentse Feesten en waar al niet meer in België en daarbuiten! Nee, er waren eigenlijk geen negatieve kantjes aan onze trip.  Ondanks een weinig riant hotel in Tallinn, ondanks de urenlange busverplaatsingen en nachtelijke aankomsten, ondanks de stuitende prijsverschillen tussen het toeristische - en fantastisch mooie - Tallinn en de rest van het land, ondank het gereserveerde gedrag van 'de' Estlander, een Europeaan die er alles aan doet om zich sedert 11 jaar van onder de Russische economische en culturele verlamming uit te werken.

We gaven veel en kregen veel.  En zo was het heel goed.

Marc Michael De Smet

   
© ALLROUNDER