ACHTER DE MUUR

Koormuziek uit de vroegere DDR.

Op 9 november 2014 is het 25 jaar geleden zijn dat – tot ieders verrassing – de Berlijnse muur viel. De D(uitse)D(emocratische) R(epubliek) – de arbeiders- en boerenstaat – hield op te bestaan.

Vermolmd, gecorrumpeerd, gecontroleerd, gedesillusioneerd. De dynamische droom om een nieuwe communistische maatschappij uit de ruïnes van de tweede wereldoorlog te doen herrijzen, strandde schandelijk door een stelletje machtsgeile, incompetente leiders, aan Russische leiband. Een fenomenaal spionage-apparaat verstikte elk verzet. De droom hield niet lang stand. Het kruim van de intelligentsia en de artistieke wereld deelde aanvankelijk  actief in die droom, maar elke zweem van kritiek en verzet leidde tot verbanning of beroepsverbod. De dichter Majakovsky schreef voor zijn zelfmoord: ”het bootje van de liefde strandde op de klippen van de bureaucratie.”  De droom is er wel degelijk geweest en heeft, o.a. op artistiek vlak, onvergetelijke en blijvende kunstwerken voortgebracht. Die kunstwerken verschillen van de West-Europese kunst scene.

In een eengemaakt Europa is het goed om kennis te nemen van de schatten van dit artistieke Atlantis. Had al veel eerder gemoeten. AQUARIUS bloemleest de a cappella koormuziek. De ene openbaring na de andere.

 

Liturgie vom Hauch (opus 21 nr.1) 1931 - Hanns Eisler (1898-1962)

Opening van het concert met de pionier en 'great old man’ van de DDR-muziek; met een Brecht-tekst, natuurlijk.

 

Vier achtstimmige Chöre  1976 -  Paul Dessau (1894-1979)

(nach Brieftexten und Berichten von Vincent und Theo van Gogh)     

Tweede in rang wat betreft internationale uitstraling, interessante tekst.

 

Canticum canticorum  1972 - Wilhelm Weismann (1900-1980)

Een religieus(!) componist binnen de DDR en  een uitmuntend koorcomponist

 

Unterm Himmel, unter Sternen  1959  - Kurt Schwaen (1909-2007)

(Volksdichtungen)                                                                                  

Tot voor kort de ‘nestor’ van de Duitse muziek; een meester in omgaan met ‘Volksdichtungen’, een typisch genre daar.

 

Die Vögel warten im Winter  (Bertolt Brecht) 1958,  Der Pflaumenbaum (Bertolt Brecht) -  Heinz Krause-Graumnitz (1911-1975)

Groot humanistisch en dynamisch musicus (dirigent-componist), hier met pareltjes voor vrouwenkoor

 

Fabeln nach Aesop   1967 - André Asriel (°1922)

Jood, afkomstig uit Wenen;deze ‘Fabels’ zijn een hoogtepunt uit de DDR-koorliteratuur

 

Von der Freundlichkeit der Welt (Bertolt Brecht) 1981 -  Paul Heinz Dittrich (°1930)

Zeer bekwaam en typisch DDR-componist; ‘Von der freundlichkeit   der Welt’ is een topgedicht van Bertolt Brecht, uit Dittrichs bundel: Fabeln und Parabeln, zu singen mit dem chnabeln.

                                                                                                               

Lerne daraus (Sarah Kirsh)1971, Aufruf (Erich Kästner) 1985,  Weiberhaut- böse Kraut (Friderich von Lagau) 1968 - Gunter Erdmann (1939-1996)

De ‘Vic Nees’ van de DDR-koormuziek; meest populaire en uitgevoerde koorcomponist.

 

Nacht der Verzweiflung (Johannes S. Becher) 1985 - Volkmar Leimert (°1940)

(uit: Drei Madrigale)                                                                                

Dichter Johannes S.Becher was tevens de eerste minister van cultuur; de zware stijl wordt muzikaal prachtig geëvenaard

 

Elend und Zuversicht, opus 73 ,1989 -  Helge Jung (°1943)

(nach altögyptischer, altchinesischer und indianische Lyrik)                  

Leidt sinds ‘de val’ een kommervol bestaan; verdient brede erkenning

.                 

   
© ALLROUNDER